Direct naar de inhoud

Begrippenlijst

Vaktermen rond energie, internet, tv en verduurzamen, uitgelegd in gewone taal.

E

Energielabel

Een letter van A++++ tot G die aangeeft hoe energiezuinig een woning is. Verplicht bij verkoop of verhuur en bepalend voor sommige subsidies en hypotheekvoordelen.

G

Glasvezel

Internet via glasvezelkabel: dezelfde snelheid voor uploaden en downloaden en vrijwel geen storingen. Niet overal beschikbaar; wij checken het op je adres.

I

ISDE

De Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing van de Rijksoverheid: subsidie voor isolatie, warmtepompen en zonneboilers. Bij twee of meer isolatiemaatregelen is het bedrag hoger.

N

Netbeheerder

Het bedrijf dat de kabels en leidingen in jouw regio beheert (bijvoorbeeld Liander, Enexis of Stedin). Je kiest je netbeheerder niet; je leverancier wel.

S

Salderen

Stroom die je zonnepanelen terugleveren aan het net wordt weggestreept tegen de stroom die je afneemt. De salderingsregeling wordt afgebouwd; daarna krijg je een terugleververgoeding per kWh.

V

Variabel contract

Een energiecontract waarvan de tarieven periodiek (meestal per kwartaal of maand) meebewegen met de markt. Flexibel, maar je maandbedrag kan schommelen.

Vast contract

Een energiecontract met vaste tarieven voor een afgesproken looptijd, meestal één tot drie jaar. Zekerheid over je tarief; vroegtijdig opzeggen kan een opzegvergoeding kosten.

Vastrecht

Een vast bedrag per jaar dat je aan je energieleverancier en netbeheerder betaalt, los van je verbruik. Bij het vergelijken tellen we vastrecht altijd mee in het maandbedrag.